Wat is een cherry-eye?

Een cherry-eye wordt ook wel zwelling van de nictitans klier genoemd. In feite is een cherry-eye bij honden een verzakte klier van het derde ooglid. Bij een cherry-eye zwelt de klier te veel op, en wordt dus te groot. Hierdoor steekt hij boven het knipvlies/ 3e ooglid uit en kan hij niet meer terug naar zijn normale positie. Wanneer dit gebeurd wordt het bindvlies, wat over de klier heen ligt, blootgesteld aan slijtage, vuil en uitdroging. Dit kan resulteren in roodheid en nog meer zwelling. Ook kan enige uitvloeiing of slijmafscheiding uit het aangedane oog opvallen. Een cherry-eye begint vaak eenzijdig, maar in veel gevallen zien we dat het andere oog binnen 1-3 maanden ook mee doet. Een cherry-eye is niet levensbedreigend, maar kan wel ongemak veroorzaken.

Hoe ontstaat een cherry-eye?

De precieze oorzaak van het ontstaan van een cherry-eye is nog niet geheel bekend. Er wordt wel gedacht dat erfelijk een rol kan spelen. In een normale situatie kan de klier iets opzwellen en van achter het knipvlies, of ook wel bekend als het 3e ooglid, uitstulpen. Vervolgens slinkt de klier en kan hij weer terug kan gaan in de normale positie.

We zien een cherry-eye vooral veel voorkomen bij honden van 3-6 maanden oud. We zien het ook regelmatig bij rassen met een kortere neus en meer los vel. Enkele voorbeelden zijn de Cocker Spaniël, Cavelier King Charles Spaniël, Engelse Bulldog, Franse Bulldog, Mastiff, maar ook bij de Maltezer, Sharpei en de Beagle). In zeldzame gevallen zien we het bij de kat.

Therapie

Ontsteking (met of zonder infectie) is vaak een gevolg en dus niet de oorzaak van een cherry-eye. Behandeling met antibiotica of ontstekingsremmers is dan ook vaak niet (blijvend) effectief.

Het doel van de therapie is om het gezwollen deel van de klier weer in de normale positie te krijgen. Dit kan door middel van een operatie. Belangrijk is dat daarbij niet de gehele klier moet worden verwijderd aangezien deze een belangrijke rol speelt in de traanproductie. Het slagingspercentage ligt ongeveer tussen de 60 – 90%, afhankelijk van de gebruikte operatietechniek.

Niet goed functioneren van de traanklier is een risico van deze ingreep welke soms ook na verloop van tijd nog kan optreden. Dit kan de ziekte KCS (droge ogen) tot gevolg hebben.