De ziekte van Weil bij de hond

De ziekte van Weil, oftewel leptospirose, is een (bacteriële) infectieziekte. De ziekte kan zowel worden overgedragen op mens als op hond. Katten krijgen de ziekte niet. Leptospirose wordt ook wel de rattenziekte genoemd, aangezien deze wordt overgebracht door de bruine rat via de leptospirose-bacterie. De verschijnselen zijn vaak zeer ernstig.

Wat is de ziekte van Weil?

De ziekte van Weil is een infectieziekte, dit houdt in dat de ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie. Bij de ziekte van Weil is dit de Leptospira bacterie. Er zijn veel verschillende soorten (serotypen) van de Leptospira bacterie. Degene die we in Nederland het meeste zien zijn de canicola en de icterohaemorrhagiae. Vanwege het goede vaccinatiebeleid wat er in Nederland wordt aangehouden zijn besmettingen met leptospirosa zeldzaam.

Symptomen ziekte van Weil

De ziekte van Weil kan ernstige symptomen veroorzaken. Op het moment dat de Leptospirose bacterie in de bloedbaan komt gaat deze zich vermenigvuldigen. Hierbij komen toxines (gifstoffen) vrij welke kunnen zorgen voor nier- en leverfalen. De symptomen die je ziet kunnen per hond verschillen, maar de meest voorkomende symptomen zijn:

  • Sloomheid (apathie)
  • Koorts
  • Braken en diarree
  • Veel drinken en plassen
  • Gele slijmvliezen (geelzucht)
  • Spier- en gewrichtspijn
  • Neurologische afwijkingen
  • Slijmvliesbeschadigingen in de bek, ogen en geslachtsdelen

Hoe worden honden besmet met ziekte van Weil?

Zoals eerder verteld wordt de ziekte van Weil veroorzaakt door de Leptospira bacterie. Deze bacterie wordt uitgescheiden door besmette dieren via de urine. Als een hond vervolgens in contact komt met deze urine, zowel direct als indirect, kan de besmetting plaatsvinden. Besmettingen vinden met name plaats door indirect contact, onder andere via stilstaand water en moederpoelen. Bij direct contact kunt u denken aan bijtwonden en het eten van kadavers. Een belangrijke bron van de verspreiding van de bacterie is via de urine van besmette ratten.

Diagnose

Als er een verdenking dat de hond leptospirose heeft, dan kunnen wij dit vaststellen door middel van een bloedonderzoek. Hierbij wordt er in het bloed gekeken naar de aanwezigheid van antilichamen tegen de bacterie. Als een hond gevaccineerd is tegen leptospirose zullen er sowieso antilichamen worden gevonden in het bloed (dit is ook het doel van vaccineren). Is dit het geval, dan moet er gekeken worden of er een stijging plaats vindt van het aantal antilichamen zodat kan worden aangetoond of er sprake is van een actieve infectie. Het kan dus zijn dat het bloedonderzoek herhaalt moet worden.

De behandeling

Indien een hond is besmet met de ziekte van Weil dan is een snelle behandeling noodzakelijk. In veel gevallen is intensieve zorg nodig en moet de hond worden opgenomen bij de dierenarts. Bij leptospirose wordt antibiotica ingezet om de infectie te bestrijden. Daarnaast krijgt de hond een vochtinfuus waarmee we de lever en nieren ondersteunen en zo aantasting van deze organen beperken. Hiernaast worden de overige symptomen ook behandeld. Een veel voorkomend symptoom is bijvoorbeeld braken en diarree.

Een hond kan na besmetting met leptospirose, ondanks herstel, de bacterie nog maanden uitplassen. Hiermee bestaat de kans dat er mensen of andere honden worden besmet. In sommige gevallen schrijven wij daarom nog eenmalig een ander antibioticum voor om dit tegen te gaan.

Preventie

De beste preventie is om uw hond jaarlijks te laten inenten tegen de ziekte van Weil. Kijk op deze pagina voor het vaccinatieschema, de kosten van de enting tegen de ziekte van Weil en de voordelen van vaccineren. Daarnaast is het raadzaam om plekken te mijden waar veel ongedierte voorkomt en uw hond niet te laten drinken uit water waar veel ratten voorkomen.