De noodzaak van vaccineren

Met de huidige pandemie die ons land treft, komen er veel vragen op omtrent infecties, immuniteit en vaccineren. Wellicht ook een goed moment om stil te staan bij hoe het zit bij onze huisdieren. Waarom is vaccineren belangrijk? Hoe werkt het eigenlijk?

Het doel van vaccineren

Het doel van vaccineren is om een lichaamseigen reactie van het immuunsysteem op te wekken. Oftewel, het aanmaken van, onder andere, antilichamen. In een vaccin zit altijd een (deel van de) ziekteverwekker, maar deze is ofwel dood of ernstig verzwakt, zodat het lichaam wel een immuunrespons aanmaakt, maar er niet ziek van wordt. In feite wekt een veldinfectie dezelfde immuunrespons op, echter kan hierbij potentieel wel ziekte optreden.

Het lichaam kent grofweg (en simplistisch uitgelegd) 2 soorten immuun responsen. De eerste is de zogenaamde niet-specifieke immuunrespons.  Deze is als eerste ter plekke als het lichaam wordt aangevallen door een ziekteverwekker. Het maakt deze respons niet uit wie de ziekteverwekker is, als het maar tegengehouden wordt zodat er geen ziekte ontstaat. Na het signaleren en aanvallen van de ziekteverwekker, krijgt het lichaam de kans om een tweede respons op te starten: Dit is de zogenaamde specifieke immuunrespons.
Dan heb je ook de specifieke immuunrespons. De specifieke immuunrespons maakt het vervolgens persoonlijk. Elke ziekteverwekker wordt apart behandeld en onthouden. Dat maakt dat als de ziekteverwekker het aandurft om het lichaam nog een keer binnen te dringen, dat het meteen sneller en met meer kracht kan worden tegengehouden.

Met andere woorden: als de specifieke immuunrespons de ziekteverwekker ooit al heeft opgeslagen, biedt dit natuurlijk een veel ‘betere’ bescherming. Maar hoe krijgen we het lichaam zo ver om de ziekteverwekkers als het ware te onthouden?
Dat kan bij volwassen dieren door het doorlopen van de infectie (met of zonder ziekteverschijnselen) en/of door middel van vaccineren.

Groepsbescherming

Hele gevaarlijke (dier)ziektes of voor mensen besmettelijke ziektes willen we uit alle macht voorkomen. Tegen dit soort ziekten wordt gevaccineerd. Niet alleen om te zorgen dat het individuele dier genoeg immuniteit heeft, maar ook om groepsbescherming op te bouwen. Hoe meer dieren in een populatie beschermd zijn, hoe minder kans een ziekteverwekker heeft om in een populatie ziekte te veroorzaken. En in sommige gevallen draagt vaccinatie van huisdieren dus ook bij aan het beschermen van de volksgezondheid (bijvoorbeeld bij de ziekte van Weil).

Vaccineren op maat

Bij vaccinatie geldt wel dat het belangrijk is om het risico van infectie vooraf in te schatten. Bij dieren waar verwacht wordt dat ze nooit een infectie met een bepaalde ziekteverwekker zullen meemaken (omdat ze bijvoorbeeld nooit in contact komen met andere dieren), is vaccinatie minder nuttig dan bij dieren die een reëel risico op infectie lopen. Vandaar dat wij vanuit Dierenkliniek het advies geven om te vaccineren op maat. Dat betekent dat we per individu bekijken welk vaccinaties nodig zijn en welk interval dit moet gebeuren. Hierbij spelen verschillende factoren een rol.

Uw dierenarts helpt u graag verder voor het beste advies voor uw dier.